KORT VERHAAL | SCHULD


Misschien wel de grootste reden waarom ik met bloggen ben begonnen: schrijven. Korte verhalen, columns en gedichten, mijn passie. Daarom zal ik ook regelmatig wat 'korte verhalen' posten. Een kort verhaal - zoals je al kunt bedenken - is (naar mijn mening) een verhaal die random ergens begint en random ergens eindigt. In slechts een aantal alinea's leer je de personages, de centrale dilemma's en dergelijke kennen. En vandaag zal het korte verhaal 'Schuld' de spits afbijten! 

Het liefst had ze op deze ellendige dag weg willen vliegen om vervolgens nooit meer terug te komen. Ach, was ze maar een korreltje zand. Een korreltje zand zo oneindig, ver en diep onderin de aardbodem verstopt, waar niemand het kon zien, horen of voelen. Een korreltje zand zo klein en minuscuul dat het tegen zijn eigen achtergrond wegvalt. Ach, was zij maar slechts een korreltje zand. Nooit meer tranen, woede, zelfs nooit meer een glimlach, die altijd zo bedriegt. Een korreltje zand. 

...
'En nou is het genoeg!' 
...
'Nee, ik ga niet met je mee!' 
...
'Laat me verdorie gaan!'
...
'Nee, ik heb geen geduld meer voor jullie!' 

Bam!

En ze sloeg de voordeur keihard achter zich dicht. Haar jas kwam ertussen vast te zitten. 
'Krijg toch de...' en ze blies haar goudblonde lokken, die voor haar ogen vielen, weg. Half vloekend liep Sophie naar het parkeerplaats. Onderweg trapte ze nog tegen een hekje aan met als gevolg dat ze al haar tassen op de grond liet vallen. Nog meer gevloek. Ze bukte naar haar felblauwe tassen en raapte de euromunten die uit haar voorvakje vielen op van de grond. 
'Autosleutels!'
In paniek begon Sophie in haar tassen te graaien. Ze richtte nog een blik op de grond, maar de sleutels waren nergens te bekennen. In het donker kon ze ook niet alles goed onderscheiden. Nog meer gevloek. Maar algauw maakte haar woede plaats voor verdriet. Dikke tranen rolden over haar wangen. Haar adem stokte. Ze sloot haar ogen en probeerde te kalmeren. Tevergeefs, want het was haar nu toch echt teveel geworden. Maar dan hoort ze in de verte zware voetstappen, die dichterbij leken te komen. Ze hield op met huilen... en als verdoofd stond ze stil. Angst. De zenuwen gierden door haar lijf. Het enige wat ze kon bedenken was het feit dat ze nú snel moest gaan handelen, voordat ze hier ter plekke zou worden meegesleurd in een donker steegje. Slechts een paar meter was ze van haar huis verwijderd, ze kon dus nog terug. Maar ze wílde niet terug. De voetstappen komen steeds dichterbij. Sophie begint steeds sneller naar haar auto te lopen en zoekt ondertussen naar haar telefoon in haar jaszak. Op dat moment voelt ze de autosleutels! Zucht. Sophie opent de deuren en stapt snel haar auto in en doet direct de deuren op slot. Ze ziet de man steeds dichterbij komen en dan... geblaf. Nu het licht van haar auto op de jongeman schijnt, ziet Sophie tot haar opluchting dat de man een klein jongetje is, die slechts zijn hond aan het uitlaten is. Ze ademt diep uit, 'Soof, verman je,' kalmeert ze zichzelf. Maar toch, het lukt haar niet om rustig te blijven. Waar moet ze in godsnaam heen? Haar telefoon trilt. Paco.
'Hé, Soof, met paco.'
'Ehum.. hé,' hese stem. 
En ze begint te huilen.
'Wat is er Soof!' 
Opgelucht om Paco's stem te horen. Geschrokken door alles wat er net is gebeurd en dan heeft ze het niet over het hondje. Paco is één van haar beste vrienden. Als ze hem niet had gehad, zou ze niet weten wat ze zou moeten doen. Het idee alleen al doet de fijnste haren op haar rug rechtovereind staan. 
'I-ik...' 
'Ik kom er meteen aan, waar ben je?'
'... het parkeerplaats... thuis... het parkeerplaats een paar meter van m'n huis.' 
'Ik kom.'
Haar telefoon legt ze naast zich neer. De radio staat aan om de kille stilte in de auto te doden. Ze denkt terug aan zomer'09. Toen nog alles normaal was. Geen verdriet. Geen angst. Geen haat. Liefde. Alleen maar liefde en zorgzaamheid. Paco weet van niets. En dat wil ze ook zo houden. Alleen heeft ze nu niet echt een keus. Hij zal door blijven vragen. En liegen dat kan ze niet. Haar telefoon trilt. Berichtje van Paco.
'Ik ben d'r, waar ben je?' 
Ze kijkt via het raam of ze hem ziet. De donkerblauwe Citroën in de verte nadert. Ze stapt uit en zwaait naar hem. Hij geeft haar een blik en.... op dat moment ziet Sophie het allemaal gebeuren. Toeterende automobilisten. De auto van links tegen de gehele zijkant van Paco's auto. Piepende banden. Scherven van ineengestorte ruiten. De geur van warme koppelingen. En dan een akelige stilte. Een minuut stopt ze met ademhalen. Droge keel. Verstijfd. Hart klopt in haar keel. Droge tranen rollen over haar wangen en druppelen via haar kin op de grond. Licht in haar hoofd. Een ijzig, kil gegil verlaat haar keel, maar bereikt haar oren niet. 
'Paco!!!' 
Ze loopt op de ellende af. Steeds sneller wisselen haar linker- en rechtervoet elkaar af. Kon ze maar vallen en nooit meer opstaan. Alles en iedereen behalve Paco. Ze opent het portier van Paco's auto. Een straaltje bloed stroomt via Paco's voorhoofd langs zijn gezicht naar beneden.
'Paco,' fluistert Sophie. 

Liefs,
S.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen