COLUMN | ONWEER

bron
Zoek dekking! Sluit de ramen en deuren. Zwijg en verroer je niet. Pas goed op jezelf, want het is weer zover: onweer! Geen zonneschijn, geen regenbui en ook geen sneeuw. ONWEER! Mijn gezicht staat op onweer, want ik ben vandaag boos. Alles gaat finaal mis en het liefst scheld en schop ik alles
bij elkaar plat. Mijn lachspieren zijn verschrompeld, de groeven van mijn denk- en fronsrimpels zijn dieper dan de Atlantische oceaan en als mijn wenkbrauwen nog iets lager hadden kunnen staan, zou je mijn ogen haast niet meer kunnen zien. Ik herhaal: zoek dekking, want geloof me, mijn blikken kunnen vandaag doden.


Het vogelnest bovenop mijn hoofd pluist aan alle kanten, de break out op mijn gezicht is werkelijk niet te harden en niets uit mijn kledingkast lijkt vandaag goed te staan. De wekker ging bovendien veel te vroeg en helder denken lijkt daardoor een onmogelijke zaak. Hoeveel schepjes suiker drink ik ook alweer in mijn thee? En terwijl ik zo onnozel loop te malen in mijn hoofd, stoot ik mijn voet aan de kast, blijft mijn sjaal haken aan het handvat van de deur en struikel ik over de oplader van mijn Macbook. NEE! Niet mijn Macbook! Dan liever mijn leven. In de meest kunstzinnige en elastische houding (ik sta nog steeds versteld te kijken van mezelf), weet ik het stukje aluminium hemel net op tijd op te vangen. Het is duidelijk: vandaag komt nooit meer goed.


Boos stap ik op de fiets, boos kom ik aan bij mijn rotstage, boos typ ik achter hetzelfde stukje aluminium hemel het vijfhonderdste reflectieverslag en boos fiets ik weer terug naar huis. Ik ben een tikkende tijdbom, die op elk moment kan ontploffen met een harde knal. Het borrelt vanuit mijn tenen, langs mijn benen, buik naar mijn mond... AAAAAAAAAAH!


Ik besluit als een klein kind dat niet stil kan zitten een rondje buiten te lopen. Ik moet mijn energie ergens in kwijt zien te raken, want ik kook nog steeds van binnen, sterker dan een fluitketel op het hete fornuis. 'Waarom kijk je zo boos?' Verbluft kijk ik om mij heen tot ik een klein meisje van een jaar of acht voor mijn neus zie staan. 'Ehh, ja ik ben boos' brom ik. 'Ben je boos, pluk een roos, zet 'm op je hoed, dan is het morgen weer goed!' giechelt het meisje. En ja, hoor... ik kan het niet laten of er verschijnt een glimlach van oor tot oor op mijn gezicht. Het lachen is me nog niet vergaan! Een goede dosis onschuld van een kind en weg is mijn boosheid.

Wie was er ook alweer boos? Ik? Nee, joh, ben je gek! Zie je die roos niet op m'n hoed!



Siham

2 opmerkingen: