#TheUnpublishedSeries: Ik heb ooit een poging gewaagd een verhaal te schrijven, een boek... Wat zich maar niet wil vorderen... Zie hier wat ik tot nu toe heb...


1.
Een veertje in de wind onderweg naar overal waar het lot het mag brengen. Gestuurd doch vrij in zijn bestaan. Het kent geen tijd. Vrij om te gaan waar het wil. Vrij om te zijn waar het wil. Vrij.

Onderuitgezakt in mijn bureaustoel wikkel ik een plukje van mijn donkerbruine haren om mijn wijsvinger. Mijn ogen zijn zwaar en kunnen elk moment dichtvallen. In gedachten spreek ik mezelf streng toe nog even vol te houden, terwijl ik me verder vooroverbuig. Zoveel woorden, zoveel medische termen. Het waren zware dagen. Heb gestudeerd tot in de late uurtjes, alleen nog die huidziekten stampen.
‘Minne!’ mijn moeder stormt mijn slaapkamer binnen. Reflexmatig recht ik mijn rug. Hevig wakker geschud uit de diepe gedachte waarin ik zoek naar een essentieel verschil tussen een naevus flammeus en naevus van Unna. Al die rode vlekken lijken immers op elkaar.
‘Mam, rustig. Wat is er aan de hand?’ zeg ik met een nog peinzend gezicht.
‘Er kwam net via de brievenbus een kaart van Odel binnen,’ glundert mijn moeder.
Ondanks de veel te enthousiaste blik in haar ogen blijft mijn gezicht moeilijk kijkend. Niet om de rode vlekken met ingewikkelde benamingen, maar om Odel.
‘Vertel,’ vraag ik kortaf.
Ze begint heen en weer te lopen tussen het bureau en de boekenkast, alsof ze zich opeens bedacht heeft en goed moet afwegen of ze wel het nieuws met mij moet delen. In haar ijsbeerritueel pauzeert ze wanneer haar aandacht wordt getrokken door het opengeslagen studieboek voor mijn neus. Mijn ogen volgen haar blik, en eenmaal wakker geschud uit mijn studeermodus realiseer ik me pas hoe onsmakelijk de plaatjes van de rode huidvlekken ogen.
‘Minne, alsjeblieft doe dat boek dicht,’ ergert mijn moeder.
‘Alsof ik met plezier hiernaar wil kijken, mam. Ehh... heb niet bepaald tijd of zin om me te bekommeren om Odel.’ Ik spreek de naam Odel op precies dezelfde toon uit zoals mijn moeder de dermatologie plaatjes zojuist verafschuwde.
Ik herstel mijn studeerhouding met een pluk haar wikkelend om mijn rechter wijsvinger en een pen vastgeklemd in mijn linkerhand, zoals een politieagent zijn wapen in nood zou vastklemmen.
‘Odel gaat trouwen,’ breekt mijn moeder de stilte. ‘Volgende week. Met Paco.’
Kort, kil, maar krachtig, spreekt moeder de woorden uit. Bij het noemen van de naam Paco hoor ik nog een lichte aarzeling in haar stem, bang voor mijn reactie. Maar ik geef geen kick en verroer mijn blik niet van het dermatologie boek.
Opnieuw valt er een stilte.
Ik hoor hoe mijn moeder snel, diep en hoorbaar ademhaalt. In gedachten tel ik met elke ademteug die zij neemt mee. Achttien keer, ratelt het in mijn hoofd. Achttien keer per minuut ademt moeder in en uit. In mijn ooghoeken zie ik haar wiebelen van het ene op het andere been, haar schouders strak gespannen, haar gelaat en hals vol met rode vlekken. Dat moeten die urticae zijn, die ik zojuist had bestudeerd. ‘Snel verspringende rode vlekken uitgelokt door fysische factoren zoals warmte, spanning…’ las ik in het boek voordat moeder binnenkwam.
In gedachten verzonken, laat ik de pen uit mijn linkerhand vallen. De pen rolt over het bureau en landt uiteindelijk met een harde klets op de grond. Zowel moeder als ik schrikken op. De stilte is verbroken, de storm in aantocht. Odel gaat trouwen. Met Paco.
Ik wikkel het plukje haar strakker om mijn wijsvinger.
‘Zeg, Minne, ga je nog wat zeggen’
Ik hoor haar niet. Paco gaat trouwen. Met Odel.
‘Minne, wanneer kom je een keer die kamer uit!’ raast mijn moeder door.
Zie je wel, zij is altijd de knapste geweest. Trouwen. Mét Paco. ‘Wacht laat mij eens helpen.’
In één ruk trekt ze het gewikkelde plukje haar los en bevrijdt zo mijn inmiddels blauwgekleurde wijsvinger. Ik staar naar de rode afdruk op mijn wijsvinger en zie hoe mijn vingertop langzaamaan van blauw naar rood kleurt. Moeder loopt ondertussen regelrecht op de boekenkast af waar zij mijn blauwe kam van de bovenste plank vandaan haalt. Ze begint mijn haren voorzichtig te kammen.
‘Besteed wat meer aandacht aan jezelf, Minne.’ Haar toon is inmiddels milder geworden, maar de woorden nog altijd even hard. Voor mijn gevoel is moeder nooit tevreden met mij geweest. In haar ogen ben ik alles wat ik niet had moeten zijn en niets wat ik had moeten zijn. De verworpeling van de familie. De brunette in de blonde massa. De spijkerbroek met gympen tussen de mantelpakjes met hakken.
‘Ik zal morgen even langs Anne-Claire gaan. Even kijken of ik wat voor je kan vinden.’
Anne-Claire, de tengere vrouw met platinablond stro-haar langs haar met botox strakgetrokken gezicht die zich als de personal stylist van de Davon familie presenteert. De vrouw die teert op het geld van rijke wanhopige dames, zonder ook maar iets af te weten van mode. De vrouw die in het geheim afspreekt met vader.
‘Ik ga niet,’ zeg ik. Ik hoor mijn stem overslaan.
Ik voel hoe de kam mijn haar loslaat. Mijn moeder neemt een stap terug.
‘Je gaat, geen discussie over mogelijk. Dit is het minste wat je kunt doen nadat…’
Ze onderbreekt zichzelf, haar ogen vullen zich met tranen. Het is alweer drie jaar geleden sinds Lárel is overleden. Mijn grote zus, de lievelingsdochter van mijn moeder.
Ze pakt de kam weer op, bindt mijn haar vast in een knot.
‘We hebben het er morgen nog wel over.’ Ik hoor de brok in haar keel. Ze is duidelijk van slag.
Ze legt de kam weer terug op de bovenste plank en opent de deur.
‘Succes, kind,’ zegt ze met een halve glimlach.
‘Bedankt, mam.’ Ik buig me weer over het boek en besluit de rode vlekken over te slaan, terwijl ik de pagina omsla naar het hoofdstuk brandwonden.

2.
Het is een onrustig gevoel, dat huist in het onderbewustzijn. Het gevoel dat er een storm op komst is waarvan de eerste trillingen reeds langs de huid te voelen zijn. Een gevoel dat niet te onderdrukken is, omdat het de ziel eist naar geluisterd te worden. De Duitsers bestempelen het met de term ‘unheimlich’, de dokters omschrijven het als het ‘niet-pluis’ gevoel. Met dit gevoel werd ik de ochtend van 31 december 2015 wakker. Hoe zeer ik ook mijn best deed het van me af te schuiven, het gevoel bleef in mijn onderbuik ronddwarrelen, in m’n gedachten bonken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten